
Cemoro Lawang (Bromo) – Kalibaru
27-09-2017: Cemoro Lawang (Bromo) – Kalibaru
Deze ochtend wake-up call om 3.00. Ja, je moet wat over hebben om een mooie zonsopkomst te zien. We moesten om 3.00 verzamelen voor de receptie. Er stonden al een heleboel jeeps klaar voor vertrek. Op een bepaald moment zagen we al twee jeeps wegrijden en op een aantal werden nummers geplakt voor de bus met schoolkinderen, die ook in het hotel logeerden. Oeps, het zal toch niet zo zijn dat wij hier midden in de nacht zonder jeep staan. Toen ik naar de receptie liep, kwam er net iemand naar buiten om te vragen of wij in kamer 306 zaten. Wij hadden een rode jeep, nummer 049. Het is belangrijk om het nr. te onderhouden, want anders kan je je jeep niet meer terugvinden tussen de honderden andere jeeps. We reden in een klein uurtje naar het uitkijkpunt, Bukit King Kong. Toen het licht was, bleek dat we door de sea of sands waren gereden en dan een steile heuvel op. De chauffeur gaf aan dat we bij het uitkijkpunt rechts moesten gaan. Het was al redelijk druk bij het eerste uitkijkpunt, daarom zijn we naar rechts gelopen en kwamen we uit bij een kleiner uitkijkpunt. In eerste instantie had Leen er weinig vertrouwen in, maar Wouter zette door en het was een perfecte spot. Er stond een stalletje waar koffie en thee werd geserveerd en we waren de enige. We zouden niet lang de enige blijven. Het was een beetje een gok waar het beste uitzicht was, maar we zagen in het donker de vulkanen, oa de Semeru liggen. Dus we kozen voor een plekje aan de rechterkant, ondanks dat links de zon zou opkomen. Toen begon het wachten, ondertussen wel genietend van een prachtige sterrenhemel en de wolken die af en toe binnendreven. We waren erg blij met onze kledingkeuze. De bikkels of je zou ze ook wel dommeriken kunnen noemen, die in een T-shirt en korte broek rondliepen, benijdde ik niet. Langzaam aan werd het lichter, maar ook drukker. De zon kwam op om 5.15, maar helaas aan die kant zat een dikke wolk, maar het zicht op de vulkanen was er niet minder om, want je zag langzaam de kleuren veranderen. Wat een prachtig uitzicht! De vogels begonnen te fluiten en af en toe hoorde je het rommelen van de Bromo, maar dat horen was een uitdaging, want wat maken vooral de Nederlandse toeristen toch een herrie. Het was een hele bus vol die naar de verkeerde vulkaan aan het kijken was. Ik heb toch maar even uitgelegd dat de Bromo de kleine vulkaan is. Af en toe zag je een rookpluimpje uit de Semeru komen en de Bromo, had zijn ventiel weer volle bak open staan. We zijn nog een uurtje blijven zitten om te genieten van het prachtige uitzicht. Er kwamen steeds meer wolken binnendrijven, dus toen was het ook voor ons tijd om te gaan. Onze chauffeur stond ons al op te wachten. Ik denk dat hij de moed al had opgegeven dat we nog gingen komen, want we waren bijna de laatsten. We reden door de sea of sand, naar de plek waar we gisteren startten met de beklimming naar de Bromo. Het was er veel drukker en aangezien er toch wel wat wolken dreven, hebben we niet nogmaals de beklimming gedaan. Nog een paar mooie foto’s genomen en terug naar het hotel gereden. Vóór het ontbijt een aantal laagjes kleding uitgetrokken, want nu de zon scheen liep de temepratuur aardig op. Amri was inmiddels ook wakker en na het ontbijt zijn we vertrokken naar Kalibaru. Een ritje van 120 km, we zouden er ongeveer 6 uur over doen. De gemiddelde snelheid is ongeveer 30 á 40 km per uur, want dan zit je weer achter een vrachtwagen gevuld met hout of suikerriet, dan zit je achter een zondagsrijder, dan een reeks scooters (en dat zijn er hier ontelbare), dan een stoplicht, dan afremmen voor kuilen in de weg… Wij zouden hier gek worden om te rijden, maar Amri sjeest overal soepel doorheen en neemt geen onverantwoorde risico’s. We reden via een andere weg terug dan we gekomen zijn, met prachtig uitzicht over de veldjes die op de bergkammen aangelegd zijn. Het zijn hier vooral groenten, maar hoe lager we kwamen hoe meer rijst, suikerriet en bananen. We zagen grote schuren om tabak te laten drogen, maar aangezien de prijzen op dit moment erg laag zijn, wordt er nauwelijks nog tabak geteeld. Op een bepaald moment reden we langs een kanaal, nog een overblijfsel van de tijd dat de Nederlanders handel dreven. Je kan duidelijk zien dat er nooit meer iets aan gedaan is, maar het kanaal wordt nog wel volop gebruikt, want je zag vissers, vrouwen aan het wassen, kinderen aan het spelen. Het leek mij niet echt een aanrader, want een rivier wordt hier nog steeds als de algemene stortplaats gezien. Tijdens het rijden hebben wij, nou ja vooral ik, de slechte korte nacht gecompenseerd. Onderweg werd er ook veel gecollecteerd voor de bouw van een grotere moskee, blijkbaar een musthave voor ieder dorp. Het deed ons denken aan Myanmar, want daar werd dit ook volop gedaan. Aan de kant van de weg, stonden er een aantal mannetjes met een collectebakje en ondertussen schalde de imam door de microfoon. Een half uur voor aankomst in Kalibaru, reden we opnieuw omhoog door een koffieplantage. De koffieplanten zijn tussen de bomen op de heuvel geplant. We hebben nog een lunchstop gemaakt op een voormalige plantage. Er hingen oude foto’s met uitleg in het Nederlands erbij. Het blijft toch grappig als je aan de andere kant van de wereld zit, toch je eigen taal tegenkomt. Rond een uur of drie kwamen we aan bij Rumah Kita, ons guesthouse voor de komende nacht. Aangezien ze een zwembad hebben, hadden we ons verheugd op een middag chillen, helaas de zon verdween achter een dik wolkendek, waar af en toe een paar druppels regen uitvielen. We hebben op het terras wat gelezen en genoten van het uitzicht op de mooie tuin. Het guesthouse is opgezet door Nederlanders en wordt gerund door Indonesiërs. Enige nadeel is dat er hier in de buurt wel vier moskeeën zijn en de ene imam schreeuwt nog harder dan de andere door de microfoon. We hopen dat we vannacht kunnen slapen, want in de beschrijving staat dat er geschal is van 3.00 tot 4.30. De oordopjes liggen standaard in de kamer, dus dat voorspelt weinig goeds. Ik heb nog even gezwommen, want ondanks dat het bewolkt is, is het hier heerlijk warm. Om vijf uur hadden we een massage besteld. Twee dames kwamen naar onze kamer en we werden tegelijkertijd op bed gemasseerd. Grappig dat het hier wel kan dat een vrouw een man masseert. De masseuse, oma zoals ze zichzelf noemde, leidt hier een project om blinde en slechtziende vrouwen op te leiden. ’s Avonds in het hotel gegeten. Het was niet onze beste Indonesische maaltijd, maar goed te happen, behalve het toetje, nl rijstpap vond Wouter niet te eten. Ik moet eerlijk zijn dat de rijstpap van mama Christiane lekkerder is. Na het eten kwam oom Richard nog naar ons toe, hij wordt onze chauffeur morgen. Aangezien een ander stel dezelfde excursie hebben geboekt en hij enkel Nederlands spreekt ipv Engels, hebben ze geruild. Hij zal ons onder de hoede nemen. Hij legde het programma voor morgen uit, dus op hoop van zege dat we schildpadden gaan zien.




