
19-02-2026: Zowienta en omgeving
Eén van de vervoersmiddelen die we nog niet hadden gebruikt tijdens onze reis was de brommer, dus dit was ons transport voor vandaag. Er stonden twee brommers klaar. Miss Pepper werd naar de kruising gebracht om nog een brommer te regelen, want met drie passagiers erop en één chauffeur was ons te cosy. Je zou kunnen stellen dat onze lijven daar niet voor gemaakt zijn. Alhoewel Hans en Jille op een bepaald moment een kind op de tank meegekregen, die een stukje verder werd afgezet en aan de moeder werd gegeven.


De eerste stop was de tante van Miss Pepper. We waren niet aangekondigd, dus tante en oom Joshua moesten van het veld worden gehaald. Miss Pepper ging met tante in het huis en wij zaten buiten op een bankje iedereen een beetje te bekijken, zoals zij ons ook aan het bekijken waren. Er kwamen steeds meer kinderen van het land naar het huis. De jongens met een machete in de hand, de meiden met de ton was op het hoofd. Op een bepaald moment heb ik wat speeltjes en snoep uitgedeeld. Het viel ons op dat de kinderen heel netjes zijn opgevoed. Ze hingen wat rond en op een bepaald moment gingen ze voetballen met het springballetje. Tante heeft een strakke regie over het hele gezin. Ze moest haar stok maar opsteken en iedereen wist wat er hem of haar te doen stond. We kregen nog een rondleiding over het land door oom Joshua. Hij mocht pas vertrekken als hij zijn machete en zijn mobiel meenam. De moderne techniek is ook in het verre achterland van Liberia doorgedrongen. In het regenseizoen kweken ze groentes, maar nu stond er op dit stukje land niets. Verderop stonden er palmbomen, blijkbaar een hybride soort die snel groeit. Ze zijn bezig om zich te richten op nieuwe markten, omdat de rubberplantage te weinig geld oplevert. Ze hebben ook een aantal ananassen geplant. Voor de verkoop. Oom Joshua hakte er eentje af die we mochten meenemen, maar daar hebben we uiteindelijk vriendelijk voor bedankt. Hij was nog niet rijp en zo groot dat we hem niet mee konden meenemen. Eenmaal terug bij het huisje zagen we een groot uitgevallen cavia met meer haar aan een touw aan één pootje vastzitten. We vroegen wat voor beest het was. Ze keken ons wat meewarig aan en zeiden “beest”. Het is typisch iets van ons dat we overal willen weten wat de naam is van de beesten, planten en bomen en de soort vis die op ons bord ligt. Gisteren had mama op de menu gestaan en deze gingen ze bewaren tot hij groot genoeg was. Het is duidelijk dat dit geen land is voor tere zieltjes.

De Liberiaanse cultuur is niet te vergelijken met de gastvrije cultuur die we kennen in Noord-Afrikaanse landen, waar je direct thee, koekjes en eten krijgt aangeboden.












Tante had gezegd dat we verderop naar de St John’s rivier konden. Inmiddels hadden we erg veel stof gehapt en zagen we eruit alsof we ons weken niet hadden gewassen. Ik moet eerlijk zijn dat aan het eind van de dag ik ook zo rook, want een hele dag in de brandende zon achter op een brommer met 30C was ik verre van okselfris. De rivier is dezelfde waar we in Marshall hebben overgevaren en daar uitmondt in zee.
Bij de rivier was een autopont, die met de hand werd bediend. We wilden in eerste instantie niet oversteken, maar de chief aan de overkant wilde ons graag zien. Uiteindelijk besloten we om over te steken en werden we begroet door de chief van het dorp. Heel veel mannen wilden handjes schudden en vroegen naar onze naam, maar als je wat meer wilde kletsen, haakten ze af. Ze spreken niet goed Engels. We liepen naar de rivier, waar een aantal vrouwen en meisjes kleding aan het wassen was. We werden begeleid door het halve dorp. De kinderen vonden het leuk om op de foto te gaan en sommige poseerden als echte modellen. Miss Pepper raakte met de chief en een aantal anderen aan de praat. Je merkt dat ze erg wantrouwend zijn t.a.v. blanke mensen. In het verleden is het te vaak gebeurd dat de blanken veel hulp beloofden, maar uiteindelijk er weinig van terecht kwam en ze er bekaaid vanaf kwamen. Miss Pepper gaf aan dat Hans en Wouter haar al twee jaar helpen, dit zorgde ervoor dat Wouter met Willem aan de praat raakte en hij hoopte dat Wouter ging investeren in een motor voor de pont. Ik werd benaderd door een man die mij wel als zijn vierde vrouw wilde. Inmiddels vonden we het mooi geweest en tijd om te gaan. Miss Pepper gaf aan dat wij niet tegen de volle zon kunnen en we niet voldoende water bij hadden. Het valt ons op dat als je ergens een tijdje staat iedereen steeds dichterbij komt te staan. Het blijft voor ons toch een vreemde gewaarwording dat onbekenden zo dicht in je space komen. Op een gegeven moment stond er wel 20 man om ons heen.
Voor we vertrokken met de pont kwam er nog een brommertje aan die mee wilde en overvol was geladen met bananen. Hij miste de oprijplank en ging onderuit. Een aantal schoten te hulp en hij werd snel overeind getrokken. Eenmaal aan de overkant moest Miss Pepper onderhandelen over de prijs van de overtocht. Ze doet dit op een hele charmante manier, wat erg mooi is om te zien. Wat zijn we blij dat zij ons begeleid, want zulke ervaringen zouden we niet hebben als we met z’n tweeën reizen.
We zouden als laatste stop naar een waterval gaan. Miss Pepper die hier heeft gewoond had nog nooit van een waterval gehoord, maar we lieten ons verrassen. We stopten eerst bij het hotel, omdat de chauffeurs niet helemaal hadden begrepen dat we direct zouden doorrijden. Daardoor konden we onze watervoorraad aanvullen en gingen we weer op pad. Miss Pepper sprak voor vertrek één van de chauffeurs streng aan en wilde garantie dat het toch om een waterval gaat. Blijkbaar hebben de Liberianen de neiging om overal ja op te zeggen.
Het was een half uurtje rijden en dan nog een stukje lopen. Hoelang het lopen was bleef een mysterie. Op een bepaald moment reden we een dorpje in, waar de chauffeur van Hans en Jille rechtsaf ging. Onze chauffeur had dit niet opgemerkt en wij reden rechtdoor. Kort erna werden we door de chauffeur van Hans en Jille ingehaald. We reden terug naar het dorp, want de chief zou iemand regelen die wist waar de waterval was. We moesten een kwartiertje wachten, maar dat vond Miss Pepper onzin, dus ze liep met de chief mee naar een ander huis. Toen wij stonden te wachten, liep het hele dorp uit en verzamelden zich om ons heen. Na een tijdje kwamen ze terug en konden we vertrekken. Er sprong een gids achter op de brommer bij Miss Pepper. We reden oa door twee diepe waterhindernissen, maar onze chauffeur laveerde overal goed doorheen. Een stukje verder parkeerden we en gingen we te voet verder. Inmiddels raken we redelijk bedreven in het op en afstappen, maar merken wel dat we behoorlijk stijve harken zijn. We moesten nog wachten op de chief en een andere kompaan, maar we vonden dat we genoeg gewacht hadden en we hadden een gids mee, dus we vertrokken. We kwamen bij een plek waar ze palmolie produceerden. Ik kreeg nog een paar gekookte noten, die best goed smaakten. Vanaf daar liepen er nog twee andere gidsen mee, aangezien het hun land was. We liepen door de rubberplantage en erna door een groene vochtige strook vol varens en uiteindelijk kwamen we aan bij de rivier, waar een aantal vissers zaten, die zich ook nog aansloten. Inmiddels werden we geëscorteerd door 16 man naar de zogezegde waterval, die een stroomversnelling bleek te zijn. Blijkbaar hebben ze geen Liberiaans woord voor stroomversnelling. We waren van plan om te zwemmen, maar het was niet echt een ideale plek en al die mannelijke ogen zorgden ervoor dat het tot pootje baden beperkt is gebleven. Hans was de enige die zwom. Het water was aangenaam warm. De weg terug namen we een shortcut en het bleek maar 1,3 km te zijn naar de weg te zijn. Op de weg terug stopten we weer in het dorp en moest er onderhandeld worden over de prijs van de begeleiding van onze escorte. Miss Pepper reageert heel pragmatisch: zij kiezen ervoor om met zoveel mee te gaan, dus dan moeten ze het bedrag maar verdelen. Eenmaal aangekomen bij het resort, was ik uitgehongerd, want ik ben nog niet helemaal gewend aan het ritme van twee maaltijden per dag. We waren veranderd in een soort roetveeg Pieten. We trokken onze zwemkleding aan en namen een verfrissende duik in het zwembad. We dronken een biertje en het eten werd geserveerd: rijst met vis in saus van cassave-blad. Vandaag was het gelukt om zonder peper te koken, nou ja het had voor ons een acceptabele pittigheid. Helaas hadden ze deze keer nogal fors het zoutvat ter hand genomen. De kok kookt minder lekker dan in Kpatawee. Het ontbijt deze ochtend was wel lekker. Een schaal met aardappel, yam en gekookte banaan, nog één met smackworstjes met tomatensaus en roerei. We kregen er ook “nice koffie” bij, nl zakje oploskoffie van Nescafé. De uitspraak van het Engels is voor ons soms moeilijk te volgen, maar levert wel hilarische momenten op.

We zijn vroeg naar de kamer gegaan, want we waren behoorlijk afgepeigerd na deze mooie dag. Vandaag voelden we helemaal de Afrika-vibe: rondrijden op brommers, veel kleine dorpjes, zwaaiende mensen, rode wegen, dichtbegroeide bossen en over alles moeten onderhandelen.
Toen we op de kamer kwamen bleek de airco het niet te doen. Het was maar liefst 33C. Een raam open zetten kan niet want dan komen er allemaal insecten binnen en worden we opgevreten door de muggen. Gelukkig hebben ze de airco aan de praat gekregen en is het inmiddels een acceptabele temperatuur in de kamer.