
Yogyakarta – Solo – Ceto – Sukuh
U 23-09-2017: Yogyakarta – Solo – Ceto – Sukuh
Deze ochtend werden we om 7.00 opgehaald door Amri, dus om half zeven zaten we aan de nasi goreng als ontbijt. We waren rond tien uur in Solo bij het Mangkunegaran paleis, waar we Ajib ontmoeten. Hij is onze gids voor de komende twee dagen. Tijdens het bezoek aan het paleis kregen we een plaatselijk gids, die ons rondleidde in het Nederlands, wat een luxe en wat kon die mam enthousiast vertellen. Één van de vele koningen die Indonesië rijk is, woont nog steeds in het paleis. Er was een mooie open ontvangstzaal, met een vloer van marmer van bijna 50 bij 50m. Erna kwamen we in een grote hal, die gebruikt werd voor ceremoniën en waar allerlei relikwieën lagen, zoals kronen, oorbellen, maar ook de kuisheidsgordel zowel voor de koning als de koninging als die alleen op pad was. We liepen via de tuin naar de eetzaal en terug naar de ingang. Het was een prachtig paleis, een groot verschil met het Kraton die we gisteren bezochten. Voor het paleis stond het vol met low-riders: opgepimpte auto’s met aparte velgen en wielen die half schuin hangen. Er bleek een meeting te zijn “Java car enthousiastic”. Na het paleis hebben we een rondje gelopen in het oude centrum, de oudste moskee gezien en een batikproducent bezocht. Er waren een aantal vrouwen aan het batiken, jeetje wat een monnikenwerk. Eerst wordt alles met de hand met een pennetje die regelmatig in de was wordt gedoopt ingekleurd. Dan stoppen ze de doek in een verfbad en het volgende proces was een bad met heet water, waardoor de hars wegsmolt. Als ze nog een ander kleur willen toevoegen, begint het hele proces weer overnieuw. En om te zeggen dat ik het mooi vind, nee niet echt. In Solo wordt tegenwoordig veel batik geprint ipv handmatig gemaakt. We zijn nog naar de ingang van het kraton gelopen, kriskras tussen het verkeer, wat een drukte. Op het paleisterrein staat een achthoekige toren met een mooi rond dak. Het verhaal wordt verteld, dat eenmaal per jaar de vorst de godin van de Zuidzee tijdens een intieme bijeenkomst ontmoet in de toren. De vorst zou daaraan zijn kracht ontlenen. Het verhaal wordt verteld dat de vorst een keer zijn afspraak met de godin niet was nagekomen en kort daarna is er brand geweest in het paleis. Dit was een vloek van de godin. Je merkt dat de Javanen erg bijgelovig zijn, want als je daar opmerkingen over maakt bij de gids, dan gelooft hij toch het verhaal. Aangezien het erg heet was, waren we blij dat we weer even in de airco van de auto op adem konden komen. We reden naar de Ceto tempel. Het was een prachtige weg: erg stijl (er stond geen percentage stijging bij, maar soms was het voorkant van een huis straatniveau en de achterkant de eerste verdieping), veel terrassen (in het begin veel rijst en hogerop veldjes met groenten en theeplantage). Onderweg hebben we nog een lunchstop gemaakt: saté van lam en konijn en rijst. De saté van konijn vonden we toch beter smaken. Eenmaal bij de Ceto tempel kregen we een sarong omgebonden. We dachten dat het was omdat onze blote benen niet mochten gezien worden, maar dat is niet het geval. Het is een steun voor de plaatselijke gemeenschap. De tempel is Hindoeïstisch, maar ook de overwegend moslim gemeenschap in Java brengt toch een bezoek. De tempel heeft 13 terrassen, die verbonden zijn door gespleten poorten. Hoe hoger je gaat hoe dichter je bij God komt, dus bijna bovenaan staat de koning en zijn fallus. In het bovenste tempelcomplex waren een aantal Balinese hindoes bezig met een ceremonie, maar daar mochten ongelovigen zoals wij niet aan deelnemen. Na het bezoek aan de tempel begon de wandeling. We wandelden op een hoogte van 1100 tot 1300 m. tussen de velden. Het was vroeg in de middag, waardoor er geen boeren aan het werk waren, want zij waren aan het genieten van hun siësta. Ik kan me voorstellen met deze hitte dat je een break neemt. Gelukkig was het overgrote deel van de wandeling dalen en was het bewolkt, waardoor het zweten meeviel. Wel jammer dat het wijdse uitzicht niet zo wijds was door de wolken. We liepen naar het volgende dorpje, waar Amri stond te wachten en ons naar de Sukuh tempel bracht. Deze tempel dateert van de 15de eeuw en is gebouwd tegen de Lawuberg. Deze tempel is de erotische tempel, dus in de beeldhouwwerken kwam je regelmatig penissen en vagina’s tegen. Er was net een school aangekomen, die maar al te graag met ons op de foto wilden, maar nauwelijks durfden te vragen. Een aantal durfals die het in het Engels vroegen, mochten een kiekje nemen, ja dat was onze eis: een Engelse volzin produceren. Vanaf de tempel liepen we naar het hotel “Sukuh Cottage”. Het is een redelijk basic hotelletje, maar prachtig gelegen bovenaan de heuvel met uitzicht over de velden en gericht op het westen. Leen zat in de aanslag met haar fototoestel om een ultieme zonsondergang te fotograferen, helaas het wolkendek was te dik voor een prachtige foto. Aangezien wij bovenaan de berg zitten horen we heel erg goed het gezang uit de verschillende moskeeën, dat wordt nog wat morgenochtend rond half vijf. ’s Avonds hebben we in het hotel gegeten, ik een curry met kippenpootje en Wouter bami rames (kip met rendang, ei, boontjes). We hebben ook nog een gemberthee gedronken. Ze houden hier wel van pittig. We waren al rond acht uur terug op de kamer en na een half uurtje lezen, vielen onze ogen dicht.





