Kyaiktiyo – Yangon

Donderdag 10/10/2013: 

Deze ochtend werd ik rond half zes wakker van andere toeristen die de zonsopgang gingen bewonderen. Even door het raam van onze hotelkamer gekeken en er was een beetje mist, dus ik had goede hoop dat er een mooie zonsopgang te zien zou zijn. Wouter bleef op één oor liggen. Toen ik buiten kwam, werd ik benaderd door een vrouw die me een zakje rijst en een zakje groenten te koop aanbood voor 1dollar om te doneren aan de monnik. Helaas, Leen was op pad zonder geld, maar dat zouden we later goed maken. De monniken stonden, zoals gebruikelijk, in de straat hun maaltijd voor die dag te verzamelen. Monniken eten eenmaal per dag het gekregen voedsel die ze ophalen langs de huizen. Bij de gouden rots heerste er een serene rust, veel mensen waren aan het bidden en voedsel aan het offeren voor Boeddha. Aan de andere kant kon je de zonsopgang bewonderen, alhoewel er een paar wolken hingen, zag het er prachtig uit, omdat je over de vallei kon uitkijken. Rond half zeven was ik terug in de hotelkamer en stond Wouter klaar om te ontbijten. Tijdens het ontbijt trok er mist rond de berg en zag je nauwelijks een hand voor ogen, ik blij dat ik net nog had genoten van het prachtige uitzicht. 
Na ontbijt richting truck, nadat we nog wat eten aan de monniken hadden gedoneerd. Toen we aankwamen op de vertrekplaats, kwam er net een truck aanrijden, dus daar konden we instappen. Je moet je voorstellen in de laadbak staan 7 rijen bankjes met daarop 6 personen per bankje. Er was nog één andere toerist, dus we werden weer bekeken, maar wij keken ook onze ogen uit. Heerlijk het Birmese leven op die manier aan de lijve ondervinden. 
Onze taxichauffeur stond ons op te wachten. De auto zit toch een stuk luxer dan de bankjes in de truck. Via Taukkyan, één van de grootste militaire begraafplaatsen van Zuidoost-Azië, zijn we terug naar het Green Hill hotel gereden. De begraafplaats is een indrukwekkend eerbetoon aan de soldaten, die in de Tweede Wereldoorlog vochten in Myanmar. In het hotel even op adem gekomen, mail gelezen en geskypt met mama. Daarna met de taxi naar down town, eerst op zoek naar een restaurant voor de lunch. Er zijn genoeg eettentjes aan de kant van de weg, die de meest bizarre, voor ons onbekende en onbeminde dingen verkopen, maar we durven onze darmen toch niet zo erg op de proef te stellen. Op zoek naar een restaurant, die wel voldoet aan onze vakantie eisen: etende locals, tv aan de muur en plastic tafelkleden (helaas het laatste was niet aanwezig), maar het eten was prima. In Myanmar moeten we helaas iets toevoegen aan onze eisen: rochelende obers. De temperatuur liep behoorlijk op, dus bij Parisien Americain met airco een lekkere cappuccino gedronken. Daarna zijn we teruggelopen naar het hotel, gelukkig waren er wat wolken gekomen, maar het blijft zweten geblazen. 
Wandelen in Yangon is geen aanrader, eerst en vooral is het heel druk qua verkeer en voetgangers hebben geen enkel recht. Zebrapaden zijn aanwezig, maar daar kan je geen voorrang aan ontlenen. De stoepen zitten vol met diepe gaten. Ik las ergens dat de kans dat je in de riool verdwijnt in Yangon groter is dan dat je wordt bestolen, dat geloof ik direct. De stoepen zijn soms wel 30 cm hoog, dus Leen met haar korte benen heeft soms een trapje nodig. De gaten in de stoep zijn soms een vierkante meter groot en op geen enkele manier afgezet. Als je er in kijkt zie je anderhalve meter lager rioolwater.
Vanavond hebben gegeten in Feel Myanmar Food net als gisteren een Birmese curry geprobeerd. Gelukkig kregen we deze keer uitleg in redelijk te verstaan Engels: dus twee bakjes vlees oa heerlijke eendenpoot, groenten, tempura, dus ons buikje rond gegeten. We kregen ook nog een paar gerechten erbij: een aantal voor ons onbekende groentes en een toetje, wij bestempelen het als een dunne crèma catalan met zoete aardappel en vers geraspte kokosnoot. Jullie hoeven niet bang te zijn als je een keer komt eten, het voorgeschoteld zal worden, want zo lekker vonden we het niet.  In het restaurant was het een drukte van jewelste, niet alleen de gasten, maar volgens ons hebben ze één ober per tafel, wat ook redelijk gebruikelijk lijkt te zijn.