Swakopmund – Uis

Woensdag 12/09/2012: Vanochtend vroeg de wekker, maar liefst om kwart over zes, want we werden om half acht in Walvis Bay verwacht voor een kajak tour. Het was nog ruim een half uur rijden, dus vroeg ontbijt, afscheid genomen van Benny en zijn vrouw en dan op weg. François kwam ongeveer tegelijkertijd aan met ons, hij was onze gids voor vandaag. We reden met zijn jeep naar Pelican Point, het zou beter flamingo point heten, want er zitten er daar ongeveer 50.000 van. Prachtig om te zien, vooral als ze vliegen zijn de vleugels roze met een zwarte rand. Onderweg zagen we ook een zoutwinningsbedrijf. Ze pompen eerst zeewater in een pan, laten het even staan (daar zat het ook vol met flamingo’s) en dan wordt het overgepompt naar een andere pan en na 8 á 9 maanden heb je kilo’s zout. Er wordt ongeveer twee ton per dag weg gebracht naar de haven (als we dat zien kunnen we ons niet voorstellen dat we dit jaar een zout tekort kunnen hebben als het gaat vriezen). Daarna kwamen we ook nog langs de film locatie van Mad Max 4, grappig allerlei vreemde auto’s. Het filmen was ver weg, dus daar kon je niets van zien. Daarna reden we de lagune in (aan de ene kant de zee en de andere kant een inham), waar we ook een aantal jakhalzen zagen, die voeden zich met dode baby zeehonden, maar ook blijkbaar met flamingo’s, want af en toe zagen we veel pluimen liggen. Eenmaal aangekomen op de plek waar we gingen kajakken (tussen twee kolonies zeehonden in), konden we snel het water in. Nog een waterdichte broek aan (later bleek dit heel goed van pas te komen), een extra trui en poncho. Vandaag was het weer een beetje bewolkt, maar warmer en minder wind dan gisteren. Als we te water gingen, kwamen al snel de zeehonden achter ons en vaarden mee met de kajak. Hoe sneller wij vaarden hoe sneller ze achter ons aan kwamen. Ze maakten sprongetjes langs de kajak en spatten ons nat. Heel snel zagen we in de verte een aantal dolfijnen, dus wij snel die kant uit, ondertussen kon je bewonderen dat ze in de lucht sprongen. Eenmaal daar aangekomen, gingen ze natuurlijk een andere kant uit, maar we konden ze toch supermooi bewonderen, vanaf een afstandje. Latere zagen we ook nog een andere soort dolfijnen (kleine zwarte, maar vraag me niet naar de naam). We zijn nog een stukje de zee opgevaren en werden continu gevolgd door tientallen zeehonden. Op de terugweg naar de auto, sprong er een zeehond bij Wouter op schoot, de boot wankelde heel erg, maar we bleven gelukkig overeind en zo gezellig vond hij het niet, want hij sprong er onmiddellijk vanaf. Er was nog een clubje aan het kajakken en de gids daarvan had een fototoestel/camera bij zich, ze heeft een foto van de ‘zeehond op schoot’ en zal hem mailen. We zijn rustig teruggevaren en ons verbaasd over de speelsheid van die beesten, met ons, maar ook met elkaar. Daarna kregen we een broodje en koffie om op te warmen, want het zonnetje liet zich nog niet zien. We reden langs dezelfde weg terug, dus opnieuw genoten van het prachtige uitzicht. Om een uur of 12 konden we op weg naar Uis, een ritje van 225 km (grotendeels asfalt, dus dat schoot lekker op). We hebben eerst nog in Swakopmund vlees gekocht voor op de braai vanavond (heerlijke biefstuk) en een gevulde reuzechampignon. Het landschap was niet heel afwisselend: zand en nog meer zand, uiteindelijk naderden we de Brandberg en werd het een stuk groener. Het weer werd ook beter, de lucht is strak blauw, het weerbeeld is anders dan in Nederland: aan zee bewolkt en in het binnenland zonnig. Dat is mooi, want we hebben de zee achter ons gelaten. Uis stelt niet zoveel voor, een paar huizen en een winkel, het stond bekend als mijnstadje voor de winning van tin tot 1990, toen sloot de mijn en is men zich gaan richten op toerisme, nl. uitvalbasis voor bezoek aan de White Lady, een schilderij in de rotsen. Nu, maar eens beginnen met de voorbereiding van het avondmaal. Heerlijk gegeten, volgens mij kan onze Weber de stort op en is barbecuen op een stenen plaat met echt hout even gemakkelijk. Op de camping stonden vijf oudere mannen, elk een eigen tent, we vroegen ons al af of ze mannenweekend hadden of zo in de bush. ’s Avonds kwam één van de mannen (een zweed) even met ons kletsen, het was een internationaal gezelschap die helemaal gek was van mineralen en kristallen zoeken en uithakken in de bergen. Dus elke dag gingen ze met de jeep de bergen in en kwamen hopelijk vol geladen terug. Het leek net een uit de hand gelopen padvindersclub.

Location:Uis