
Wonosobo – Dieng – Prambanan – Yogyakarta
21/09/2017: Wonosobo – Dieng – Prambanan – Yogyakarta
We werden deze ochtend opgehaald om vijf uur, dus weer vroeg uit de veren. Beter geslapen dan vorige nacht, maar midden in de nacht helaas weer een break. Annie onze gids was mooi op tijd, dus getogen met onze ontbijtbox, vertrokken we richting het Diengplateau. Wouter zijn ontbijtje, nasi, was goed verzorgd en erg lekker. De eerste stop die we maakten was bij een uitkijkpunt en we waren net op tijd voor de zonsopgang. We keken uit op een aantal vulkanen, zoals de actieve Sindoro (we zagen een mini-rookpluimpje) en andere heuvels waar van boven naar onder terrassen zijn gemaakt. Het is vandaag Islamitisch nieuwjaar, dus het was al aardig druk op de weg. Volgens Wouter was iedereen op zijn paasbest gekleed. Na een tijdje klimmen, want we moesten van 800 m. naar 2100 m., bereikten we Candi Arjuna een Hindoeïstisch tempelcomplex, die jaren onder water heeft gelegen, en daardoor behoorlijk beschadigd is. Ze zijn bezig met de reconstructie. Omdat wij er zo vroeg waren, was het erg rustig en sereen, wat een verschil met de Prambanan die we in de middag hebben bezocht. Het terrein was omgeven met trompetbloemen, ze worden door de Hindoes als een heilig bloem gezien. We reden door naar een zwavelmeer en zwavelfumerolen. Vanaf een eindje sloeg de rotte eierlucht je al in de neus. Ze hebben er een soort attractiepark van gemaakt: je kon in een kabelbaan, met een brommer rondscheuren, shoppen in de talloze stalletjes en je zal het niet geloven, maar om de zoveel tijd mogen ze alles verhuizen, want de fumerolen verhuizen. De gids vertelde nog het verhaal dat er een boer die in financiële problemen zat in het grote meer is gesprongen. Je moet je voorstellen dat het water continu kookt. Zelfs op het platteland van Indonesië zou ik nog een baan kunnen vinden als psycholoog. We reden door naar het dorpje Sembungan, waar we starten met een wandeling. De chauffeur dropte ons bij een uitkijkpunt over twee meren, de ene was appelblauwzeegroen en het andere was bruin gekleurd en een spiegelmeer. Prachtig omgeven door heuvels met terrasvelden. We liepen om het meer heen door de velden naar het dorpje Banteng (wat Stier betekent). De veldjes zijn gevuld met aardappelen, wortels, kool, bosui, groene pepertjes (voor ons Hollanders veel te pittig), minipapayas (deze regio staat bekend om ze gesuikerd in blik te stoppen). Onderweg wilden nog een aantal jonge boertjes, die knal luidde Indiaanse Bollywoordmuziek aan het luisteren waren, met ons op de foto. Het is overduidelijk, je krijgt wel een gespierd lichaam van al het sjouwen. Wij waren al behoorlijk aan het zweten, maar zij waren verre van okselfris. Er waren een aantal boeren aan het werk, oa aan het zeulen met manden van 50kg gevuld met kippenmest, dat was pas zweten, want ze hobbelden berg af en berg op. De meesten waren in het dorp, want er was afgelopen nacht iemand overleden. Ze komen dan met z’n allen bij elkaar en gaan vandaag de bewoner begraven. De bewoners van deze kleine dorpen blijken een erg groot gemeenschapsgevoel te hebben. Het was daardoor erg druk op straat, dus het ideële moment om een paar mooie plaatjes te schieten. De kinderen en een aantal hebberige volwassen getrakteerd op een mini-snickers. Sommige kinderen zagen erg weinig blanken en durfden haast geen snoepje op te halen, maar ze schreeuwden wel van een afstandje blanda (zo noemen ze mensen uit Hollland). Na een kopje thee, konden we er tegenaan om een uurtje of drie in de auto te zitten. Nog de foto van onze lunch aan Anie laten zien, en gisteren hebben we eend gegeten. Anie vertelde tijdens het wandelen van alles over het huwelijk, kansen om verder te studeren en een goede baan te krijgen. Heel simpel uitgelegd, als je veel geld hebt kan je een diploma en ook een baan kopen. We reden dezelfde weg terug. We kwamen nog in een file terecht, maar Amri houdt er niet van om stil te staan, dus hij koos een kleine toeristische weg vol met kuilen. Het was heel goed te zien aan de verbouwde gewassen dat we daalden, we zagen meer rijstvelden, bananenbomen, tabak en een palm, die salak (alias snakes-fruit omdat zijn schil op slangenleer lijkt) produceert. Amri heeft er een aantal gekocht om ons te laten proeven, en zo kon hij ondertussen zijn eigen nicotinebehoefte stillen. Vanmiddag lekker geluncht met uitzicht op een rijstveld. Op het bureau waar Amri werkt, redelijk toeristisch maar Wouter zijn gado gado was erg lekker. We reden naar Prambanan, waar we eerst een bezoek brachten aan de tweelingtempel en erna het grote complex bezochten. Wat een drukte daar. We vroegen ons soms af wat de meest toeristisch attractie was, want we werden regelmatig gevraagd of we met iemand op de foto wilden. Op een bepaald moment waren we er wel een beetje klaar mee. Amri bracht ons naar het hotel wat nog een klein uurtje rijden was. Gelukkig is er airco in de auto, want op dit moment hebben we een gevoelstemperatuur van 37C. We logeren komende twee nachten in Duta Garden, een oase van rust in deze hectische drukke stad, tot het moment er wordt opgeroepen voor het avondgebed. We hebben het idee dat we omgeven zijn door moskees, hopelijk dat er morgenochtend om half vijf voor het ochtendgebed nog een paar slapen. Onze kamer kijkt uit op een binnentuin met een zwembad, joehoe, daar hebben we maar direct een duik in genomen om een beetje af te koelen. Vanavond hebben we gegeten bij Yam-Yam, een Thais restaurant, met goeie commentaar bij de Tripadvisor. Helaas het was een toeristentent: duur en niet echt smaakvol.



