
Yangon – Waspik
Vrijdag 1 november 2013. De laatste dag in Myanmar, nog een halve dag relaxen aan het zwembad van het Kandawgyi Palace Hotel. Een bijna schaamtelijk luxueus hotel als je de armoede van de bevolking in ogenschouw neemt. Maar wel lekker om de laatste dag door te brengen omdat je pas om 12:00 hoeft uit te checken en we om 13:00 worden opgehaald door onze chauffeur. Het is toch lekkerder om fris gewassen het vliegtuig in te stappen dan vies, bezweet en vol met stof.

Als afsluiting van het reisverhaal een aantal indrukken die we hebben opgedaan voor zover nog niet beschreven. Want een verhaal over de terugreis is waarschijnlijk niet zo interessant. Wat ons in ieder geval is bijgebleven is de vriendelijkheid van de Birmezen (of eigenlijk Myanmar people, maar dat geeft vertaalt zo’n raar beeld). Overal wordt je ongelofelijk vriendelijk en met alle egards behandeld, ongeacht of het nu een chique hotel of een armoedig ogend gezin op het platteland is. Je wordt gevraagd binnen te komen, je krijgt thee, ze proberen een gesprek met je aan te knopen en ze lachen. We zijn inmiddels in heel wat landen in de wereld geweest. Nederland staat bij mij met stip op de eerste plaats (eigenlijk laatste plaats) als het gaat om humeurige en slecht gemanierde mensen en horkerig gedrag. Myanmar spant tot nu toe de kroon aan de positieve kant van datzelfde spectrum. Gemeende vriendelijkheid en interesse, vaak niet eens merkbaar gedreven vanuit een idee om die rijke toerist een aantal dollars of kyats uit de portemonnee te schudden. Ongetwijfeld heeft het ook met het Boeddhisme te maken, maar het zit denk ik ook in de aard van de mensen.
Wat we ook niet zullen vergeten zijn twee hele kenmerkende aspecten in het straatbeeld: de longyi en de thanaka. De longyi is een kledingstuk, dat door bijna iedere Birmees (man of vrouw) wordt gedragen. Het is een lap stof van ongeveer één bij twee meter die aan de korte kanten aan elkaar genaaid is. Je stapt er met je benen in en vervolgens knoop je aan de bovenkant beide zijkanten rond je middel et voilá. Het verschil tussen het vrouwen en het mannenmodel is het patroon in de stof, bij mannen is die grover en bij vrouwen fijner. Bovendien zijn de vrouwenmodellen kleurrijker en hebben vrouwen meestal een bijpassend bovenstuk terwijl de mannen meestal een overhemd aan hebben. Vervolgens een paar teenslippers en je Birmese outfit is compleet. Alhoewel Leen en ik geen longyi hebben aan gehad, lijkt het best een handig kledingstuk te zijn. Het zit volgens mij best comfortabel, en als de mannen bijvoorbeeld een potje aan het voetballen zijn, stropen ze de onderkant naar boven en knopen ze die tussen de benen vast, waardoor ze eigenlijk een soort korte broek aan hebben. Dan de thanaka: veel vrouwen en kinderen hebben een soort gele laag over hun gezicht, uiteenlopend van een volledig ingesmeerd gezicht tot en met kunstige figuurtjes op de wangen. Dit is thanaka en het fungeert als bescherming tegen de zon en ook als make-up. Het is gemaakt van hout van de sandelboom dat op markten wordt aangeboden in kleine gedroogde stammetjes. Zo’n stammetje wordt fijngemalen op een gladde steen. Daar wordt een beetje vocht aan toegevoegd en dat smeert men op het gezicht, zowel bij kinderen als bij hele oude besjes en alles er tussen in. Soms ziet dat er heel mooi uit, soms lijkt het net alsof men is uitgeschoten met de markeerstift, maar het is onmiskenbaar een kenmerkend beeld in Myanmar.
De invloed van dat Boeddhisme op het land is groot, heel groot. Nergens hebben we zoveel tempels, pagoda’s, kloosters en uitingen van religie gezien. De donaties die men geeft aan monniken en nonnen, aan kloosters waar meerdere donatieboxen (van een kubieke meter groot) met een enorme hoeveelheid kyats is gevuld, mensen die goud op Boeddhabeelden plakken, maar vooral de ongelofelijke hoeveelheid van tempels, pagoda’s, kloosters en Boeddhabeelden. Hoe klein het dorp ook is, er staan gegarandeerd twee tot drie kloosters in de buurt. En hoe arm dat dorp ook is, die kloosters zien er vaak netjes uit, de monniken hebben te eten en dat wordt allemaal opgebracht door de bewoners, die daarmee hopen in hun volgend leven weer een beter mens te zijn.
Alhoewel de invloed van het geloof groot is, is er toch ook sprake van een zekere tolerantie, in ieder geval richting toeristen. Als men het al vervelend vind dat je al dan niet per ongeluk je schoenen niet uit doet, zal men er niet snel wat van zeggen. Men laat niet blijken het raar te vinden dat je niet gelovig bent. Hoe dat is ten aanzien van mede-Birmezen die een ander geloof aanhangen is lastiger te beoordelen. Het Boeddhisme is de enige religie die zo diep is geworteld in de samenleving en die ook actief werd ondersteund door het regime en de overheid. Maar er is sprake van vrijheid van godsdienst, er zijn mensen die andere geloven aanhangen, we hebben kerken en moskeeën gezien en er lopen in Yangon en Mandalay ook moslims op straat. De twee gidsen die we hadden waren allebei behoorlijk kritisch op met name moslims. Het lijkt mij ook wel erg lastig om als inwoner van dit land iets anders aan te hangen dan het Boeddhisme, gezien de verwevenheid.
Er zijn nog steeds spanningen tussen bevolkingsgroepen. Er is een vredesverdrag getekend tussen de huidige regering en een aantal minderheden, maar dat geldt nog niet voor alle minderheden. Als toerist merk je niets van die spanningen, je wordt zorgvuldig weggehouden uit alle gebieden waar spanningen heersen. Dit onder het mom dat ‘de toeristische infrastructuur nog niet klaar is om toeristen te ontvangen’. Tijdens onze vakantie zijn er een aantal bomaanslagen gepleegd in toeristencentra. Direct daarna merkte je een verhoogde paraatheid van militairen en een toename van het aantal checkpoints. Volgens plaatselijke nieuwsberichten is er vrij snel een verdachte opgepakt die een zakelijk motief had om namens een minderheid een aantal bomaanslagen te plegen om daarmee de wankele stabiliteit te ontwrichten op een moment dat er veel aandacht is voor Myanmar (eind deze maand vinden de Asea-games plaats in Myanmar, een soort Olympische Spelen voor Aziatische landen). Er zijn in totaal tien (kleine) bommen geplaatst waarvan er vier daadwerkelijk zijn afgegaan. Nadat de verdachte is opgepakt, stopten de bomaanslagen. Overigens hebben wij ons altijd heel erg veilig gevoeld. In geen enkel geval hebben we het gevoel gehad dat iemand of men het op ons of onze eigendommen zou hebben gemunt. Sterker, een fooi die wij in een restaurant hadden gegeven, werd ons terug gegeven omdat ze dachten dat wij ons mistelt hadden met het geld.
Hoe het nu precies zit met de greep van de overheid op het land en de rol van het leger blijft giswerk. Een van beide gidsen was behoorlijk kritisch op de overheid en liet ook daadwerkelijk een voorbeeld zien van een corrupte ambtenaar. Het land heeft een enorme rijkdom aan grondstoffen, het kan bijna niet anders zijn dat de opbrengsten die dit met zich meebrengt bij een bijzonder select gezelschap terechtkomt, te weten de overheidsfunctionarissen en de kloosters. Op dit moment wordt er veel geïnvesteerd in Myanmar, maar dit zijn grotendeels buitenlandse investeerders, waardoor het effect voor de bevolking niet heel groot is. De werkgelegenheid zal stijgen, maar de opbrengsten van de investeringen gaan naar de investeerders en de functionarissen die dat mogelijk hebben gemaakt (hoge regeringsfunctionarissen). Voor dergelijke investeringen lijken de belangen van de plaatselijke bevolking volledig te worden weggecijferd, waardoor ze wel de lasten maar niet de lusten geserveerd krijgen. Er zijn niet heel veel militairen op straat, maar het aantal legerbases is wel opvallend groot. In mijn herinneringen was de aanwezigheid van militairen in Egypte veel groter dan hier. Maar als je om je heen kijkt tijdens het rijden door het land zie je wel heel veel omheinde terreinen met poorten en slagbomen en tekens die er op duiden dat er een legeronderdeel gevestigd is. Gezien de erbarmelijke staat van de infrastructuur, de lage lonen en de lage levensstandaard van veel mensen zijn er veel vraagtekens te plaatsen bij de besteding en verdeling van het geld. Maar, het is lastig om daar de vinger achter te krijgen, zeker als westerse toerist. Verder is het de vraag in hoeverre het model dat burgers zoveel kloosters en monnikken onderhouden, houdbaar gaat zijn indien minder mensen in het Boeddhisme gaan geloven. Eén van onze gidsen gaf aan dat bijvoorbeeld de laatste jaren het hogere gemiddelde opleidingsniveau had geleid tot een afname van het aantal gelovigen. Het onderhoud en de restauratie van de enorme hoeveelheid tempels, pagoda’s en kloosters kost veel geld, en een groot deel wordt door gelovigen gedoneerd.
Wat wel zichtbaar is en is terug te herleiden op acties van het regime is bijvoorbeeld de verplaatsing van de hoofdstad. Zeven jaar geleden heeft men besloten de hoofdstad te verplaatsen van Yangon naar een stadje op zo’n zes uur rijden ten noorden van Yangon. Niemand weet waarom. Toeristen die in de nieuwe hoofdstad zijn geweest melden dat het een spookstad is, met alleen maar overheidsgebouwen en ambtenaren. Er is een driebaans snelweg aangelegd tussen Yangon en de nieuwe hoofdstad, waar meer fietsers en brommers gebruik van lijken te maken dan auto’s. Een ander voorbeeld van een tijdje langer terug is dat de regering van de ene op de andere dag besloten dat mensen voortaan rechts in plaats van links moesten rijden. Myanmar was vroeger een Britse kolonie, en net als in andere voormalig Britse koloniën rijdt men links (met voertuigen waarvan het stuur rechts zit). Na de onafhankelijkheid wilde de regering afstand nemen van de Britse overheersing en besloot men rond 1970 van de ene op de andere dag dat men voortaan rechts moest gaan rijden. Maar de voertuigen zijn hier niet op aangepast, tot op de dag van vandaag worden er auto’s verkocht met het stuur rechts. Met name om in te halen leidt dat tot extreem lastige situaties, waarbij een chauffeur achter een vrachtwagen helemaal naar links moet om vanaf zijn rechter zitplaats te beoordelen of er genoeg ruimte is om in te halen. Gelukkig rijdt men niet zo hard hier, maar af en leidt het tot gevaarlijke situaties. Wat wel weer grappig is om te zien is dat men elkaar helpt door de knipperlichten te gebruiken, die daardoor volledig anders worden gebruikt dan bij ons. Als je achter een andere auto rijdt, dan waarschuwt de chauffeur van die auto je dat er geen ruimte is om in te halen door zijn rechterknipperlicht in te schakelen. Zowel tegemoetkomend als achterliggend verkeer zien dat en doen ook hun rechterknipperlicht aan. En als je wilt gaan inhalen druk je op je toeter, waarna degene die je wilt gaan inhalen aangeeft dat er ruimte is door het linkerknipperlicht in te schakelen.
Dat was hem dan, laatste dag en laatste post van deze fantastische reis!