Dag 3: Bláskógabyggð – Varmahlið
Vannacht goed geslapen en vanmorgen vroeg ontbeten. Het zonnetje scheen, het lijkt er op dat mijn goed-weer-tijdens-de-vakantie-sensor vannacht heeft ingetuned op het IJslandse klimaat. Wel frisjes, de thermometer gaf vanmorgen 0 graden aan. Na het ontbijt als eerste vandaag naar Gullfoss, waarschijnlijk de populairste waterval van IJsland. Wij waren er vroeg, dus nog weinig toeristen te bekennen. Het is een indrukwekkende waterval. Het water valt in twee trappen, die min of meer haaks op elkaar staan, 32 meter naar beneden in een kloof die ook weer geheel haaks op de tweede trap staat. Geen zon, dus helaas geen regenboog te zien, maar het was prachtig.
Op de parkeerplaats spotte ik nog een interessant busje, misschien heb ik toch wat te snel onze huurauto geselecteerd bij het voorbereiden van de vakantie.
Vervolgens zijn we begonnen aan de Kjölur route, één van de mooiste routes van IJsland. Deze staat ook bekend als Route 35, hij verbindt het zuiden van IJsland met het noorden. De start ligt bij de Gullfoss waterval en de route loopt helemaal tot aan Blönduós. Tijdens de route steek je het desolate Kjölur plateau op een hoogte van 600 meter over. Het plateau ligt tussen twee gletsjers, Langjökull en Hofsjökull. Het is een weg van zo’n 250 kilometer, grotendeels gravel en slechts drie maanden per jaar begaanbaar met een 4×4.
Aan de mooiste route is niets teveel gelogen. Schitterende vergezichten, een regenboog aan kleuren, bergen, rivieren, gletsjervelden, en bij vlagen surrealistisch landschap, bizar mooi om te zien. Onderweg kwamen we herders tegen die de schapen van de hoogvlakte naar warmere regio’s aan het drijven waren. Het was zo grappig om te zien, de schapen werden over een brug gegidst door de herders te paard.
Leen was voor de brug uit de auto gegaan, want het was daar zo prachtig. Over de brug waren we foto’s aan het maken,maar de schapen raakten helemaal van slag, waardoor de herder ook van slag raakte, dus we werden streng gemaand om door te rijden. Een stukje verderop werden we omsingeld door schapen, dus hebben we daar nog maar even genoten van het uitzicht. Wat een klus om al die schapen naar lager gelegen gebied te brengen. Er was ook nog een volgauto om de zieke zwakke exemplaren mee te voeren. De weg zelf was bij vlagen niet in een al te beste conditie, met veel gaten, plassen en modder, dus het was hobbelen geblazen. Onze voiture zag er al vrij snel uit als een modderschuit. Af en toe zat Leen met samengeknepen billen in de auto, maar het mag gezegd worden onze chauffeur van dienst, Wouter, heeft ons veilig overal heen gebracht.
De eerste stop (behoudens de zeer vele fotomomenten tot ergernis van Wouter soms) was Kerlingarfjöll, een ongelovelijk mooie kleurrijke bergketen van rhyoliet. De berg was oorspronkelijk een vulkanisch gebied. Tussen de bergketen ligt bovendien een enorm geothermisch gebied waar uit allerlei gaten uit de berg rookpluimen en minigeisertjes naar boven komen. Leen’s ouders zijn in een restaurantje gaan koffie drinken. Leen en ik hebben een wandeling (1,5 km enkel) gemaakt naar een warmwaterbad een stukje verderop in de canyon, waar we een duik in hebben genomen. Nou ja als je het een duik kan noemen. Het water kwam uit twee pijpen naar boven, een soort hete en koude kraan. In het bad werd gemengd tot een graadje of 35, maar als je wat dichter bij de warme pijp ging zitten, was het een stukje warmer. Het in en uitstappen ging niet echt soepel over de keien, maar op handen en voeten lieten we er ons rustig inglijden. We hebben er niet te lang ingezeten want volgens ons was het ijzerggehalte nogal hoog, na 10 minuten hadden we van die rokershandjes. We zaten helemaal alleen in het bad, we dachten nog zullen we er al een stel nudisten ingaan, maar gelukkig hebben we dit onzalige plan maar niet uitgevoerd, want toen we er net uitkwamen kwam en nog een stel Duitsers aan.
Daarna terug gelopen en samen geluncht. Ze verkochten daar sandwiches, dus aangezien Wouter geen kaas lust, drie met kaas en één zonder, de man keek me al raar aan toen ik het bestelde. Achteraf begrijpelijk, want het bleken tosti’s te zijn. Vervolgens zijn we over een bergweggetje dat aan weerskanten besneeuwd was naar een soort bergveld van rhyoliet gereden. Daar hebben we tussen de zwaveldampen een wandeling gemaakt om de verschillende rokende en borrelende bronnen te bekijken. Het was serieus bergachtig en glibberig door de modder, mijn hartslagmeter gaf na een fors klimmetje 167 slagen per minuut aan. Dus de dagelijkse exercise was ook weer behaald… Het is daar een soort kleigrond, dus onze schoenen werden ook omgetoverd in modderschuitjes. De trappen waren voor ons al erg stijl, dus mijn ouders daalden de trappen arm in arm af, dus na twee trappen hielden ze het voor gezien en zijn wij nog een stukje verder gelopen. De zwavellucht pakte soms erg op je adem, maar de schoonheid en de ontiegelijke veelheid aan kleuren, zelfs appelblauwzeegroen, zorgden ervoor dat je de rotte eierlucht snel vergat.
Daarna zijn we naar Hveravellir gereden. Ook dit is een gebied met warmwater bronnen en geothermische activiteit. Maar het ziet er compleet anders uit dan Kerlingarfjöll, het is veel vlakker en het is omzoomd met mos- en grasvelden. Op beide plaatsen kan je ook kamperen, en ze worden druk bezocht door hikers en zelfs door fietsers. Da’s voor de echte bikkels, wij waren blij dat we onze auto onder onze kont hadden.
Vervolgens zijn we naar Varmahlið gereden, waar ons volgende cottage lag. Gelukkig werd de weg wat beter en konden we af en toe de 80 km/h aantikken. Onderweg passeerden we Blöndulón, een 5 vierkante kilometer groot reservoir voor een nabijgelegen waterkrachtcentrale. Op dagen met helder weer zonder bewolking heeft het water een helderblauwe kleur wat een schitterend gezicht moet zijn. Helaas was de goed-weer sensor nog niet geheel on track, het was inmiddels flink bewolkt en hier en daar mistig.
Het cottage lijkt een beetje op het huisje van gisteren, een soort vakantiehuisje, waar ook een jacuzzi staat. Ik heb ze er niet op uitgezocht, blijkbaar hebben veel IJslanders een jacuzzi bij hun vakantiehuisje.