Dag 6: Myvatn – Husavik – Egilsstadir

Deze ochtend een vroege wake up call, want we hadden om 10.00 een walvistourtje geboekt in Husavik, wat op ongeveer een uurtje rijden van Myvatn ligt. We dienden uiterlijk om halftien aanwezig te zijn. Leen heeft zich nog even laten gaan met een aantal pecan maple broodjes en voor de laatste keer genoten van het prachtig uitzicht. Helaas had de zon zich vandaag achter de wolken verscholen. Onderweg begon het te regenen, maar Pa Paulusma (de Nederlande versie van Frank Deboosere) gaf aan dat het droog zou worden. In Husavik regende het toen we aankwamen, maar op het moment dat we aan boord gingen van de zodiac was het droog. Mijn mama vond een ritje in de zodiac toch maar spannend, maar ze had beloofd aan Wouter dat ze een flink meiske zou zijn. En dat is ze geweest! Vooraleer we konden vertrekken werden we in een pak gehesen, zwemvest aan en een soort duikbril. Het laatste was vooral om je ogen te beschermen als het regende, maar die hebben we gelukkig niet nodig gehad. Wouter had een tour geboekt bij Husavik adventures, nl een zodiac met 12 plekjes, dus goed zicht op de walvis gegarandeerd. In de folder beschreven ze 99% procent kans om een walvis te zien en jawel hoor, wij behoren tot die 99%. Er werd er slechts één in de baai gespot. Het was wel druk met bootjes, maar we hebben toch een aantal maal een duik gezien van de humpback whale (bultrug). Er is blijkbaar een afspraak als je het een paar keer hebt gezien, dat je dan een stukje gaat varen op zoek naar nog meer walvissen. Voor ons was het een stukje scheuren op zee, zonder een spot. Op de terugweg hebben we nog een beetje op de plek rond gehangen en de walvis nog aantal maal gezien. Het blijft toch een prachtig gezicht. 

Een aantal weetjes over de walvis: hij komt in de Noordelijke wateren zijn buikje vol eten met plankton en kleine visjes. Ze wegen 25 á 30 ton. Ze eten gemiddeld 1500 tot 2000 kg per dag. Voor de winter trekken ze naar het Caribisch gebied om te paren en af te vallen. Daar is lekker warm water, maar geen eten, dus ze teren in op hun vetreserves. Ze zijn ongeveer 15 meter lang, dus langer dan de zodiac. Ze hebben allemaal een specifiek patroon op de achterkant van de staart, een soort vingerafdruk. Op basis van de staart wordt bijgehouden hoe ze migreren. 






Tegen een uur of 12.00 vaarden we terug naar de baai. We hebben ons getrakteerd op een heerlijk gevulde vissoep. Het was niet nodig om op te warmen, want met het pak aan hebben we geen kou gehad. 
We reden via de kustlijn naar de Asbyrgi canyon, het is een hoefijzer vormige canyon, die is uitgesleten door een gletsjer. We reden met de auto in de canyon, die steeds smaller werd. Laatste stuk hebben we een korte wandeling gemaakt naar een eendenvijver, helaas er waren geen eendjes te bespeuren. 


De volgende stop was Dettifoss. Je kan er via twee wegen komen, nl de westkant of de oostkant van de rivier. Volgens de Lonely Planet is de oostkant minder druk en wordt deze kant door de fotografen aangeraden. Voor Leen voldoende reden om de oostkant te kiezen, maar voor Wouter was de gravelroad ook nog een trigger. Eerste stuk heb ik gereden, maar ik merk dat ik toch geen held ben op gravel, alhoewel het er niet echt slecht bij lag, want veel gewone personenauto’s namen ook deze weg. Halverwege kwamen we langs Dettifoss, één van IJslands meest indrukwekkende watervallen. Hij is slechts 45 meter hoog en 100 meter breed, maar elke seconde stort er 400 m3 water de diepte in, waardoor de nevelwolk al van één km afstand kan worden gezien. Gelukkig stond de wind de goeie richting uit en werden we niet nat. Je kon tot aan de rand lopen, zonder hekje aan de rand, Wouter vond het minder relaxt. 






We moesten nog ongeveer 150 km rijden naar Egilsstadir, en aangezien we voor vanavond nog boodschappen moeten halen en de winkel om 18.00 dicht gaat, moesten we een beetje vaart maken. Wouter heeft het stuur overgenomen, want ik vond het toch niet helemaal relaxt. Het eerste stuk was vooral erg dor, uitgestrekt met af en toe een klein heuveltje, meertje of riviertje. Ik kan me voorstellen dat het er op Mars ook zo uit zou kunnen zien. We kwamen om kwart voor zes aan bij de Bonus en dankzij ons boodschappenlijstje waren we zo klaar. Vanavond staat er nasi op het menu. Vandaag slapen we opnieuw in een Airbnb, een appartement op de vijfde verdieping, maar gelukkig hebben ze een lift. Het is zo fijn als je hier een huisje binnenkomt dat de verwarming aanstaat, dus echt wel een voordeel dat de stookkosten hier zo laag zijn.