Dag 5: Mývatn

Vannacht erg lekker geslapen. Leens ouders lagen om 21:00 uur al op één oor, wij hebben het nog wat langer uitgehouden. Vanmorgen hebben wij ons eens uitgebreid laten gaan aan het ontbijtbuffet. Dat is toch wel een voordeel van een hotel ten opzichte van Airbnb. Eigenlijk zou het Airb moeten heten…

Vandaag hebben we rond het meer van Mývatn gereden. Het meer heeft een oppervlakte van ongeveer 37 km² en is op het diepste punt bijna 4,5 m diep. Mývatn betekent ‘muggenmeer’ en daar is weinig aan gelogen, het stikt hier werkelijk van de muggen. Ze prikken niet echt, maar ze hangen wel hinderlijk om je heen, met name in de buurt van water en als er weinig wind staat. Vanochtend was het windstil, maar gedurende de dag stak er steeds meer wind op, dus ’s middags hadden we er geen last meer van.

Het meer ligt in een vulkanisch erg actief gebied. Rondom het meer zijn er allerlei interessante plaatsen die zijn ontstaan door vulkanische activiteit, die we vandaag hebben bezocht.

Als eerste zijn we naar zogenaamde pseudokraters gereden. Ze zien er niet heel bijzonder uit, maar pseudokraters komen alleen voor op de planeet Mars en op IJsland. Pseudokraters lijken door hun opstaande rand qua vorm op gewone kraters, maar ze hebben geen kraterpijp die toegang tot een onderliggende magmakamer geeft. Pseudokraters ontstaan wanneer lava of hete as tijdens een vulkaanuitbarsting een meer, een waterbekken of waterhoudende grond (moeras, ijs) bedekt. Het water onder de hete lava of as in het bekken verdampt, maar kan doordat het is afgesloten niet weg. Daardoor neemt de druk enorm toe en baant de oververhitte stoom zich uiteindelijk met een explosieve kracht een weg omhoog, waardoor er een wal of ring van aarde ontstaat. Een pseudokrater wordt ook wel een schijnvulkaan genoemd.

Vervolgens hebben we Dimmuborgir bezocht. Dimmuborgir betekent ‘duistere burchten’, en dat is waar het op lijkt als je er tussen loopt. Het gebied bestaat uit zeer grillige en grote rotsformaties die bestaan uit vulkanisch gesteente dat ontstond bij vulkanische uitbarstingen van ongeveer 3000 jaar geleden. Het afgekoelde lava lag waarschijnlijk op een zachte onderlaag, en toen die eenmaal was weggespoeld stortte het lavadak in. Het is een bizar landschap, waarin een aantal wandelroutes zijn uitgezet.



Na Dimmuborgir zijn we verder gegaan naar Hverfjall. De Hverfjall is een kegelvulkaan, de naam betekent ‘hete-bronnen-berg’. De vulkaan is ongeveer 2500 jaar geleden in een aantal dagen ontstaan. De uitgestoten lava koelde door water vrijwel onmiddellijk af waardoor de ringvormige vulkaan vrijwel geheel uit vulkanische stenen, as en fijn gruis is opgebouwd.

De vulkaan is 312 meter hoog, heeft een krater met een diameter van ongeveer 1 kilometer en is 140 meter diep. In het midden van de krater ligt een kleine asheuvel. We hebben de kraterwand beklommen. Ivan en Christiane in hun eigen tempo naar de top en na van het uitzicht te hebben genoten weer naar beneden. Leen en ik hebben een rondje over de kratermond gelopen, vanwaar je mooie vergezichten over het Mývatn meer hebt. Ook Hverfjall is behoorlijk uniek: een tweede (Lúdent) ligt naast de Hverfjall; een derde, wat kleinere, Diamond Head, bevindt zich op Hawaï. Kunnen we dan ook weer van de bucketlist halen…

Na deze inspanning was het wel zo’n beetje tijd om te lunchen. In het plaatsje Reykjahlíð (waar we gisteren bij de Cowshed zijn geweest) hebben we bij de plaatselijk supermarkt een lunch voor ons vieren bij elkaar gescharreld. Leen in ik een wrap met tikka massala, Leen’s ouders een broodje met ham, ei en augurk. Bij gebrek aan fijne picknick-plaatsjes (remember de muggen…) zijn we naar ons hotel gereden waar we het balkon op de derde verdieping bij de sauna hebben geconfisqueerd. Daar hebben we lekker in het zonnetje en uit de wind onze welverdiende lunch opgepeuzeld en een sanitaire stop gemaakt.



Na de lunch zijn we naar Grjótagjá gereden, Grjótagjá is een kleine lavagrot met daarbinnen een thermische bron. Tot de jaren zeventig was Grjótagjá een populaire badplaats. Maar tijdens de uitbarstingen van 1975 tot 1984 steeg de temperatuur van het water tot meer dan 50° Celsius. Badderen is dus geen optie meer, alhoewel het nu kouder schijnt te zijn. Grjótagjá werd gebruikt als locatie voor het filmen van een aflevering van Game of Thrones. Ik ben even los gegaan met een paar verschillende standjes op de camera om in de donkere grot het groenblauwe water er op te krijgen.

Daarna naar Námaskarð gereden. Dit is een uitgestrekt gebied van warmwaterbronnen, fumarolen, modderpoelen en modderpotten. Alles staat letterlijk te koken in een adembenemende arctische woestijn. Geen vegetatie in zicht. De constante uitstoot van dampen heeft de grond volledig steriel en zuur gemaakt en is dus ongeschikt voor flora en fauna. Alles is doordrenkt met zwavel, zelfs de lucht, waardoor de geur naar rotte eieren ruikt. De kokende modderpoelen, de niet te harden lucht en de kleurrijke mineralen maken het een spectaculair gebied.


Tenslotte zijn we naar Leirhnjúkur en het nabij gelegen Krafla gereden. Leirhnjúkur is een gebied met een rhyolieten berg met daarom heen een enorm lavaveld. Krafla is een vulkaan met een doorsnede van ongeveer 25 kilometer. De vulkaan zelf is 818 meter hoog en bestaat vrijwel geheel uit vulkanisch gesteente en as. Het gebied rond de Krafla is de afgelopen eeuwen meerdere malen actief geweest. De laatste grote eruptie van de Krafla was in de 18de eeuw gedurende een periode die ook als de Mývatnseldar (Vuren van Mývatn) bekendstaat. Deze eruptie begon in 1724 even ten westen van de Krafla-vulkaan, en leverde een krater op die Víti (hel) wordt genoemd.

Gedurende de volgende 5 jaar vormde een serie van aardbevingen een enorme lava-zee ten westen van Krafla bij Leirhnjúkur. De rijkelijk vloeiende lava kwam destijds in Reykjahlíð bij het kerkje tot stilstand. Later, tussen 1975 en 1984 is er ook nog een serie aardbevingen geweest. Tijdens 9 erupties ontstond er een kloof van ongeveer 7,5 kilometer, en de lava die hieruit kwam werd bekend als de Kröflueldar, ofwel Vuren van Krafla. Het zijn deze uitbarstingen geweest waardoor de lavavelden bij Leirhnjúkur nu nog steeds roken.

We hebben een wandeling gemaakt op Leirhnjúkur, naar een poel met lichtblauw water en over de rokende lavazee. Daarna naar Víti: een diepe en steile krater met een doorsnee van 320 meter die deels met blauwgroen water is gevuld. Achter de krater ligt een klein veld met warme modderpotten en stoompluimen, maar gezien de inmiddels behoorlijk aangewakkerde wind hebben wij daar vanaf gezien.

Op weg naar dit gebied passeerden we nog een elektriciteitscentrale waar de geothermische hitte wordt omgezet in energie. Ik vermoed dat warm water in IJsland geen drol kost, in tegenstelling tot de alcoholische versnaperingen die we na deze drukke dag aan het nuttigen zijn in de hotelbar. Gelukkig is het happy hour….

Leen, die vandaag chauffeur van dienst was en dat uitmuntend heeft gedaan, is ondertussen even de sauna ingedoken. Vanavond eten we in het restaurant van het hotel. Morgen gaan we naar Húsavík, op walvisjacht!