Dag 5: Mývatn
Vannacht erg lekker geslapen. Leens ouders lagen om 21:00 uur al op één oor, wij hebben het nog wat langer uitgehouden. Vanmorgen hebben wij ons eens uitgebreid laten gaan aan het ontbijtbuffet. Dat is toch wel een voordeel van een hotel ten opzichte van Airbnb. Eigenlijk zou het Airb moeten heten…
Vervolgens hebben we Dimmuborgir bezocht. Dimmuborgir betekent ‘duistere burchten’, en dat is waar het op lijkt als je er tussen loopt. Het gebied bestaat uit zeer grillige en grote rotsformaties die bestaan uit vulkanisch gesteente dat ontstond bij vulkanische uitbarstingen van ongeveer 3000 jaar geleden. Het afgekoelde lava lag waarschijnlijk op een zachte onderlaag, en toen die eenmaal was weggespoeld stortte het lavadak in. Het is een bizar landschap, waarin een aantal wandelroutes zijn uitgezet.
De vulkaan is 312 meter hoog, heeft een krater met een diameter van ongeveer 1 kilometer en is 140 meter diep. In het midden van de krater ligt een kleine asheuvel. We hebben de kraterwand beklommen. Ivan en Christiane in hun eigen tempo naar de top en na van het uitzicht te hebben genoten weer naar beneden. Leen en ik hebben een rondje over de kratermond gelopen, vanwaar je mooie vergezichten over het Mývatn meer hebt. Ook Hverfjall is behoorlijk uniek: een tweede (Lúdent) ligt naast de Hverfjall; een derde, wat kleinere, Diamond Head, bevindt zich op Hawaï. Kunnen we dan ook weer van de bucketlist halen…
Na deze inspanning was het wel zo’n beetje tijd om te lunchen. In het plaatsje Reykjahlíð (waar we gisteren bij de Cowshed zijn geweest) hebben we bij de plaatselijk supermarkt een lunch voor ons vieren bij elkaar gescharreld. Leen in ik een wrap met tikka massala, Leen’s ouders een broodje met ham, ei en augurk. Bij gebrek aan fijne picknick-plaatsjes (remember de muggen…) zijn we naar ons hotel gereden waar we het balkon op de derde verdieping bij de sauna hebben geconfisqueerd. Daar hebben we lekker in het zonnetje en uit de wind onze welverdiende lunch opgepeuzeld en een sanitaire stop gemaakt.
Na de lunch zijn we naar Grjótagjá gereden, Grjótagjá is een kleine lavagrot met daarbinnen een thermische bron. Tot de jaren zeventig was Grjótagjá een populaire badplaats. Maar tijdens de uitbarstingen van 1975 tot 1984 steeg de temperatuur van het water tot meer dan 50° Celsius. Badderen is dus geen optie meer, alhoewel het nu kouder schijnt te zijn. Grjótagjá werd gebruikt als locatie voor het filmen van een aflevering van Game of Thrones. Ik ben even los gegaan met een paar verschillende standjes op de camera om in de donkere grot het groenblauwe water er op te krijgen.
Daarna naar Námaskarð gereden. Dit is een uitgestrekt gebied van warmwaterbronnen, fumarolen, modderpoelen en modderpotten. Alles staat letterlijk te koken in een adembenemende arctische woestijn. Geen vegetatie in zicht. De constante uitstoot van dampen heeft de grond volledig steriel en zuur gemaakt en is dus ongeschikt voor flora en fauna. Alles is doordrenkt met zwavel, zelfs de lucht, waardoor de geur naar rotte eieren ruikt. De kokende modderpoelen, de niet te harden lucht en de kleurrijke mineralen maken het een spectaculair gebied.
Gedurende de volgende 5 jaar vormde een serie van aardbevingen een enorme lava-zee ten westen van Krafla bij Leirhnjúkur. De rijkelijk vloeiende lava kwam destijds in Reykjahlíð bij het kerkje tot stilstand. Later, tussen 1975 en 1984 is er ook nog een serie aardbevingen geweest. Tijdens 9 erupties ontstond er een kloof van ongeveer 7,5 kilometer, en de lava die hieruit kwam werd bekend als de Kröflueldar, ofwel Vuren van Krafla. Het zijn deze uitbarstingen geweest waardoor de lavavelden bij Leirhnjúkur nu nog steeds roken.
We hebben een wandeling gemaakt op Leirhnjúkur, naar een poel met lichtblauw water en over de rokende lavazee. Daarna naar Víti: een diepe en steile krater met een doorsnee van 320 meter die deels met blauwgroen water is gevuld. Achter de krater ligt een klein veld met warme modderpotten en stoompluimen, maar gezien de inmiddels behoorlijk aangewakkerde wind hebben wij daar vanaf gezien.
Op weg naar dit gebied passeerden we nog een elektriciteitscentrale waar de geothermische hitte wordt omgezet in energie. Ik vermoed dat warm water in IJsland geen drol kost, in tegenstelling tot de alcoholische versnaperingen die we na deze drukke dag aan het nuttigen zijn in de hotelbar. Gelukkig is het happy hour….
Leen, die vandaag chauffeur van dienst was en dat uitmuntend heeft gedaan, is ondertussen even de sauna ingedoken. Vanavond eten we in het restaurant van het hotel. Morgen gaan we naar Húsavík, op walvisjacht!