Mandalay – Pyin Oo Lwin (Maymyo)
Zondag 20/10/2013: Deze keer werden we niet wakker van het vuurwerk, maar van het geroffel van regendruppels op het golfplaten dak. Onze eerste echte forse regen in Myanmar en dat duurde zo een beetje de hele dag. Vanaf Mandalay reden we in anderhalf uur naar Pyin Oo Lwin. Door de regen was het veel minder druk op de straat of misschien ook omdat het zondag is. We reden vrij snel de bergen in soms zaten er pittige klimmetje tussen. Net voor we het stadje inreden stopten we nog bij de bloemen, groente- en fruitmarkt, maar het regende en het zag er maar druilerig uit. Ze verkopen hier fruitwijnen en veel verschillende soorten jam. Wat ons wel opviel is dat op de potjes Hero stond, hoezo zelf gemaakt? Pyin Oo Lwin is een voormalig Brits hillstation, genaamd naar de Britse kolonel May. Het stadje ligt 1000 meter boven de zeespiegel, dit betekent dat we van bijna zeeniveau behoorlijk geklommen zijn. Het enige wat gedaald is de temperatuur, we denken minimaal een graadje of tien, dus onze trui is toch uit onze rugzak gekomen. We zijn eerst langs de Aung Htu Kan Tha Pagode gereden. Deze pagode is pas in 2000 gebouwd, nadat in 1997 een marmeren Boeddha van 17 ton onderweg naar China van de vrachtwagen is gevallen. Na verschillende mislukte pogingen om het beeld terug op de vrachtwagen te heisen, hebben ze bedacht dat dit een teken was dat deze Boeddha in Myanmar wilde blijven en daarom hebben ze een pagode gebouwd. Daarna reden we naar de Pwe Kauk watervallen. Deze watervallen zijn niet te vergelijken met Niagara watervallen, maar de pagode bovenaan maakte het wel speciaal. Daarna zijn we het stadje ingereden en hebben we over de markt gelopen, die toch wel heel erg groot was. Onze magen begonnen licht te knorren, dus de chauffeur heeft ons naar een restaurant gebracht, waar we overheerlijk hebben gegeten. In Pyin Oo Lwin zijn vrij veel Engels-koloniale huizen. We hebben een fotostop gemaakt bij het Candacraig hotel. Het hotel is gesloten, maar volgens de Lonely Planet vaak gebruikt als filmset. Daarna werden we naar het Kandawgyi Hill Resort gebracht, waar we een bungalow hebben met uitzicht op het meer. De buitenkant van het hotel ziet er superleuk uit, omdat het een oud Engels huis is, maar de schoonmaker heeft een spoedcursus nodig. De chauffeur wilde ons naar de botanische tuinen brengen, maar aangezien het op vijf minuten loopafstand ligt en de regen met bakken uit de lucht viel, hebben we aangegeven dat we zelf wel zouden lopen. Rond een uur of vier klaarde het op en hebben we nog anderhalf uur door de tuin gewandeld. Kolonel May heeft het initiatief genomen tot de aanleg van de botanische tuinen. Het is voor de Birmezen een zondags uitje, net zoals de keukenhof. Er stonden voor ons veel bekende bloemen: stinkers (Wouter noemt ze afrikaantjes), dahlia’s, trompetbloemen. Er was in de tuin een volière en een orchideeëntuin, maar het was duidelijk het seizoen niet voor de orchideeën. Op het pad zagen we nog een een aantal regenwormen van zeker een meter lang! De zon brak op het einde alweer door, dus bij terugkomst bij het hotel nog een biertje gedronken op ons balkon en even geskypt met het thuisfront voor de verjaardag van mijn broer. Aangezien de muggen Leen heel erg lekker vonden toen de zon onderging, zíjn we naar binnen gegaan. Erna naar het restaurant “Feel” gelopen, waar we superlekker gegeten hebben. In het restaurant hebben we nog een nieuwe hype gezien. Ik hoop dat deze Nederland en België voorbijgaat. Schoentjes voor kleine kinderen die een piepend geluid maken bij elke stap die ze zetten. Morgen staat de wekker om kwart over zes, want we worden vroeg opgehaald voor een ritje met de trein.