
Bagan
Maandag, 14-09-2013: gisteren hebben we e-bikes (electrische fietsjes) gereserveerd voor vanochtend. Dus vroeg opgestaan zodat we om 7:30 uur konden vertrekken zodat we hopelijk nog een deel van de ochtendkoelte mee zouden pakken. De e-bikes zijn vrij iele fietsjes met een accu en een extra zitje. Omdat ze zo iel zijn hebben we er maar twee gereserveerd, met ons beiden op 1 fietsje leek ons niet zo’n goed idee. Gelukkig hadden ze er bij ons hotel twee zwarte exemplaren afgeleverd, ze hebben ze namelijk in allerlei kleuren en ik (Wouter) zag het niet zo zitten om met een roze “Hello Kitty” model rond te rijden. Je weet maar nooit waar de foto’s terecht komen. Na een goed ontbijt de sleutels van de e-bikes opgehaald en op weg. Dat was in ieder geval de bedoeling, maar nadat ik de sleutel in het contactslot steek begint het alarm van het fietsje te loeien, op de binnenplaats van het hotel, oorverdovend luid en met allemaal verschillende melodieën. Dat was een goed begin… Nadat iemand van het personeel erbij was gekomen bleek dat we de verkeerde sleutel in de verkeerde e-bike hadden gestoken. We kregen vervolgens ook een uitleg van de andere knopjes, waaronder de versnellingsschakelaar. Daarna op pad, het rijden ging eigenlijk best goed. Enige is dat die dingetjes zo klein zijn dat ik er te groot voor ben om er fatsoenlijk op te kunnen zitten. Maar ze gaan best hard, en ik denk dat als je 1,50 meter bent je er ook best goed op zit. We zijn het dorpje uitgereden via de hoofdstraat en vervolgens eerst naar de rivier gereden, waar niet veel te zien was. Daarna naar een kleine tempel met een oud klooster erbij. Daar werden we weer prima gegidst door een plaatselijke verkoper, die na afloop van ons bezoek helaas niets aan ons kon verkopen maar toch blij was met onze financiële bijdrage. Hij liet ons ondermeer de school zien, een heel klein tempeltje waarin vroeger werd onderwezen aan de hand van 500 geschilderde tableau’s volgens de leer van Boeda. Grappig was dat hij dacht dat Leen haar beugel een nieuw trend was qua sieraden. Hij kende wel oorringen, maar een beugel dat had hij nog nooit eerder gezien. Door zijn gebrekkig Engels was het niet mogelijk om hem duidelijk te maken waarvoor het diende. Daarna reden we weer verder en besloten we naar een groepje tempels te rijden die we zagen liggen vanaf de hoofdweg en waar je via een zandpad kan komen. Bij de tempels bleek dat je verder kon rijden naar een ander gebouw dat op een soort inwijdingshal leek, vlak naast een klein dorpje. Het dorpje was leeg op één stokoude vrouw na. Nieuwgierig schuivelde ze naar ons toe en sprak ze ons aan. Met de drie woorden Birmees die wij nu spreken was een gesprek niet mogelijk, en zij sprak geen woord Engels. Maar ze zat wel vol verbazing naar de e-bikes te kijken, die had ze blijkbaar nog niet eerder gezien. Wij hebben een reisgids van 2012 waar nog niets over het kunnen huren van e-bikes staat, dus waarschijnlijk hebben ze deze nog maar sinds kort. Wij mochten haar fotograferen, maar helaas hield ze haar mond tijdens het poseren dicht: als ze lachte zag je dat ze nog maar een paar tanden had maar er toch heel vrolijk uitzag. Vervolgens reden we verder het zandpad af, nieuwsgierig om te zien waar we uit zouden komen. Ondertussen nog steeds aan alle kanten tempels van allerlei formaten in iedere richting te zien en geen mens te zien behalve af en toe een Birmees op een brommer, echt heel apart. Op een bepaald moment gebaarde Leen dat haar achterband lek was. Dus wij stoppen en vrij snel stopte er ook een jonge Birmees die Engels sprak. Leen dacht dat ze ergens door een tak met doorns was gereden, en dat er dus een gat in de band zou zitten. De Birmees zei ons dat als we vijf minuten zouden doorlopen, we in een dorp terecht zouden komen waar ze in ieder geval een fietspomp zouden hebben. Dus Leen met de e-bike aan de hand lopend en Wouter met fototas en rugzak voorop rijdend verder op pad. Na een paar minuten zag ik een afslag naar iets dat op een woning leek. Ik daar naar toe, maar dat was niet het dorp. Er zat een hele oude monnik in het raam op de eerste verdieping, er stond een politiewagen en er liep een jonge monnik naar mij toe. Hij sprak geen woord Engels en ik probeerde te gebaren dat we pech hadden, maar aan mijn e-bike was niets te zien en Leen liep nog achter de afslag. Gelukkig begreep de monnik mijn gebaar om even mee te lopen wel, en even later was ook Leen met haar platte band gearriveerd. Ook de politieagent was inmiddels naar buiten gekomen, het voordeel was dat hij gelukkig wel een paar woordjes Engels sprak, hij begreep dat het niet alleen een kwestie van wat lucht er in pompen was. Hij had een werkende telefoon bij zich en gelukkig stond op het mandje van onze e-bikes het nummer van het verhuurbedrijf. Nadat hij gebeld had maakte hij het gebaar dat de lekke e-bike zou worden vervangen en nodigde de jonge monnik ons uit om mee naar binnen te komen. Dus wij achter hem aangelopen, naar de eerste verdieping. Het was één ruimte met een Boeda-beeld en daarvoor twee donatie-dozen. Ook stond er een bed en een televisie. Het zag er erg netjes uit, met zeil op de vloer. Behalve de oude monnik bleek er ook nog een andere agent te zitten, die nog wat meer strepen en zilver op z’n uniform had dan de eerste. Wij kregen thee en koekjes aangeboden en we probeerden een gesprekje aan te knopen, maar hoe het nou precies zat met de monniken en het huis werd ons niet duidelijk. Het was geen tempel of klooster, want volgens de agent woonden de monniken daar niet, en het was ook niet het huis van de politie-officier. Na een paar minuten kwamen er nog wat andere mensen binnenlopen, die wel allemaal eerst even gingen bidden richting het Boedabeeld. Na een minuut of vijf kwamen er twee mensen aanrijden, waarvan één op de vervanger voor de lekke e-bike. Dus iedereen naar buiten, we hebben allen uitvoerig bedankt (gelukkig weten we inmiddels het Birmese woord voor ‘dank u wel’) en Leen heeft de jonge monnik nog wat geld gegeven als dank. Daarna zijn wij vol goede moed en een ervaring rijker weer op de e-bike gestapt en het zandpad verder afgereden. Helaas bleek de vervangende e-bike af en toe uit zichzelf te toeteren. Leen kwam er achter dat als ze wat aan het contactslot frummelde hij na verloop van tijd stopte met spontaan toeteren. Al vrij snel kwamen we uit op een geasfalteerde weg, aan het begin van het dorp waar ook ons hotel staat. We hadden een rondje gereden en achteraf bedoelde de Birmees die was gestopt waarschijnlijk dat we vijf minuten rechtdoor hadden moeten lopen voor hulp… Het was inmiddels tien uur, dus we hebben daarna nog een stukje gereden en wat gedronken bij een restaurantje. Vervolgens nog bij drie grote pagodes langs gereden, waarvan de laatste bijna volledig in de stijgers (van bamboe…) staat omdat de gouden koepel wordt gerestaureerd. Tenslotte zijn we teruggereden, hebben we onze was opgehaald bij de wasserette en de sleutels van de e-bikes bij het hotel ingeleverd. We hebben geluncht bij een restaurantje naast het hotel, waar we gebakken noodels hebben gegeten (soort bami) met een biertje. Smaakte heerlijk. Daarna het zwembad in gedoken en aan dit verhaal begonnen. Als het lukt posten we nog een foto van het hotel waar we nu zitten, met uitzicht op het zwembad en wat kleine tempeltjes op de achtergrond, maar waarschijnlijk lukt het niet deze direct op internet te plaatsen, want de verbinding is erg traag.