
Labuanbajo – Rinca – Pink beach – Komodo
07-10-2017: Labuanbajo – Rinca – Pink beach – Komodo
We werden om half acht opgehaald in een erg aftands en oud busje, maar het was helemaal opgekalefaterd met spiegels en pluchebeestjes. We reden eerst naar de haven, maar maakten nog een stop bij de verhuur van snorkelspullen. Tijdens ons eerste plons in zee, merkten we al dat de kwaliteit niet zo goed was als de gehuurde spullen uit Pemuteran. We ontmoetten onze kapitein en een hulpje, die ook de maaltijden maakt. Onze boot Andika lag klaar om te vertrekken. Degene die ons had opgehaald besprak nog even onze wensen voor het programma, want aan boord spreken ze slechts een paar woordjes Engels. We vaarden tussen allemaal eilandjes door en de eerste stop was om te snorkelen. Veel koraal en vissen, maar niet zo mooi als in Pemuteran. Waarschijnlijk zijn we met het hoogtepunt qua snorkelen begonnen. De zee is hier ook een stuk frisser dan in Bali. De volgende stop was Rinca, één van de eilanden waar komodovaranen leven. Er lagen een aantal bootjes aan de aanlegsteiger aangemeerd, maar onze kapitein manoeuvreerde hem er mooi tussen. We moesten een klein stukje lopen en kwamen aan bij de rangerpost. In de beschrijving stond al dat de toegangsprijs nogal varieerde, nou dat blijkt erg het geval te zijn. Er stond voor ons een groep die beduidend minder moest afrekenen, de uitleg was: het is een groep. We kregen een aparte gids voor ons twee en kozen om het medium rondje te lopen, nl 5 km. De gids heeft een gevorkte stok bij zich, voor het geval een varaan ons zou aanvallen. De varanen eten niet vaak, maar ze verorberen op hun gemak een geit, wild zwijn of zelfs een waterbuffel. Deze laatste niet op het gemak, maar ze bijten het beest en aangezien ze giftige bacteriën hebben in hun mond, sterft het beest een langzame dood. Bij de huisjes van de rangers zagen we al heel snel een kleine varaan en een paar meter verder lagen er drie te zonnen. Het leken wel de huisvaranen. Ik vroeg of ze gevoederd werden, maar dat was volgens de gids niet het geval. Ze zouden de geur van het eten ruiken en daarop afkomen. Tijdens de wandeling zagen we nog twee vrouwtjesvaranen, die een stuk kleiner zijn dan de mannetjes. Ze waren hun nest aan het bewaken. Ze leggen eieren in juni-juli en het duurt 9 maanden vooraleer er babyvaraantjes zijn. Van de 30 eieren, die gelegd worden, groeien er slechts twee à drie tot volwassen dieren op. Het is een beetje zoals bij de schildpadden, ze graven de eieren in een gat van 2 meter diep en ze maken een nepnest ernaast. Ze komen wel regelmatig terug om het even in de gaten te houden. Wat een indrukwekkende prehistorische beesten zijn het toch om te zien. Tijdens de rest van de wandeling zagen we nog een paar apen, maar meer wild was er niet te spotten, dus ook geen wilde varanen. Het was erg warm, vooral toen we in de open vlakte liepen. We kregen nog wat uitleg over een aantal bomen en planten. Er was een boom waarvan de schors giftig is. Deze wordt gekookt en gedronken door vrouwen die abortus willen plegen. Bij terugkomst zat er nog een waterbuffel in een poeletje bij het rangerhuis. Eenmaal terug op de boot werd al varend de lunch geserveerd. De kok, alias hulp, kookt in een mini-keukentje achter op het dek. In de ochtend was hij al bezig om een visje te fileren. Heerlijk, paar stukjes tonijn, mie, gebakken aubergine en nog een schaaltje groenten. Ons buikje rond gegeten en de gezonde zeelucht zorgde ervoor dat het tijd was voor een siësta. We kregen een hoofdkussen en de bank lag heerlijk om een dutje te doen. Na het dutje voldoende tijd om te genieten van het prachtige uitzicht. Al die tientallen eilandjes komen als puisten uit zee, de ene wat groter dan de andere en sommigen helemaal dor en kaal en anderen begroeid met gras en palmbomen. We stopten bij pink beach, onze volgende snorkelplek. Wouter zag nog een baby-rog, helaas ik dreef ergens anders. Hij dacht dat hij een manta had gezien, maar die blijken veel groter te zijn. We zagen aan het einde nog wel een aantal nemo-visjes. We zijn drie maal het water in gegaan en ondertussen hebben we onszelf opgewarmd op het strand, want brrr het is hier redelijk fris. De rand van het strand is roze gekleurd. Dit komt omdat er kleine schilfertjes rood gesteente op liggen, wat vermengd wordt met het witte zand. Ik moet wel zeggen dat de foto’s op Pinterest wel veel rozer kleurden dan in het echt. We vaarden op het gemak naar de zonsondergang plek, “the flying fox”. Waarom het zo heet, het is ons nog steeds een raadsel, want we hebben geen vleermuis gezien. De zon ging onder achter een aantal bergen, maar was mooi om te zien en wat een rust heerst er hier. Inmiddels is het pikkedonker en hebben we wat warmere kleding aangetrokken. We kregen weer een heerlijke maaltijd aangeboden en hebben nog wat gelezen. Er werden twee matrasjes en lakens op het overdekte dek gelegd, gordijntjes gingen dicht en rond negen uur werd generator uitgezet en ging licht uit. Wouter heeft nog wat gelezen, maar ik had al snel de ogen dicht.






