Mandalay – Amarapura – Sagaing -Inwa – Amarapura – Mandalay

Vrijdag 18-10-2013: Vanochtend konden we opnieuw rustig opstarten, we werden om negen uur opgehaald. Leen heeft nog een paar baantjes getrokken in het zwembad. Overdag zuchten we wel een paar keer omwille van de hitte,maar ’s ochtends om 7.00 heeft het zwembadwater een heerlijke temperatuur. Eerst reden we naar Amarapura, een van de vele oude hoofdsteden die Myanmar heeft gekend. De Birmese koningen maakten er een gewoonte van om tijdens de inauguratie onmiddellijk een andere stad tot koningszetel te bombarderen. We maakten eerst nog een stop bij een houtsnijwerkshop, die bemand was door de heren en binnenin zaten de dames en zij maakten een soort borduurwerk. Het zal jullie niet verbazen, maar ook deze keer was alles 100% handenarbeid. Daarna reden we door naar het Maha Ganayon Kyaung (de naam van de oprichter) boeddhistisch klooster, waar ongeveer 1400 monniken, de meeste heel jonge, wonen en worden onderwezen. Deze monniken volgen de strenge leer van het boeddhistisch geloof. Tegen 10.00 uur vormen de monniken lange rijen voor de keuken, waar ze hun laatste maaltijd voor die dag krijgen. Deze monniken hoeven hun voedsel niet te collecteren, hier wordt het voedsel gedoneerd. Khin vertelde dat er voor de komende zes maanden een wachtlijst is. Het is wel een toeristische trekpleister, dus het voelde een beetje als aapjes kijken, maar wel heel indrukwekkend al die monniken die aan je voorbijtrekken met hun doek op een bepaalde manier omgewikkeld en hun collectepot onder de arm. Na de maaltijd gingen ze allemaal terug naar hun slaapplek. Wij hebben nog even een toertje gedaan over het complex en dan zie je de rust terugkeren. De monniken nemen hun normale leven weer op: mediteren, rusten, maar ook hun bordje wassen. Een prachtige ervaring om dit mee te maken. Erna zouden we naar de U Bein’s Brug gaan, maar we vroegen of het mogelijk was om dit bij zonsondergang te doen, geen probleem. Het programma werd omgegooid. We reden nog even langs de bank om wat dollars te wisselen. Khin liep met ons mee en regelde alles. Wij mochten rustig zitten op het bankje. Je moet je voorstellen dat er in het midden van het bankgebouw, zonder enige beveiliging, bergen geld liggen en geteld worden. Ik ben bang dat er bij ons binnen de kortste keren een bankoverval zou plaats vinden. 

Daarna maakten we een stop bij een weverij, van onder ander zijde en kantoen. Het weven van zijde was handwerk, het katoen werd met een machine geweven, wat een kabaal! Tegenover zat de winkel en Leen heeft als aandenken een sjaal gekocht. Niet handgeweven, want dat was zo fragiel, dat ik bang was dat ik er niet lang van zou kunnen genieten. 
Na Amarapura staken we de rivier over en reden we naar Saigang, waar meer monniken en nonnen leven dan burgers. De Saigang heuvel is een aaneenschakeling van kloosters. Vanuit de verte zie je tientallen pagodes tegen de berg ‘aangeplakt’ glanzen in het zonlicht. Eerst reden we naar de Umin Thounzeh (wat in Birmees betekend 30 grotten). Het zijn geen natuurlijke grotten, maar uitgehakt waar 45 Boeddha’s op een rij staan. Khin heeft uitleg gegeven over de verschillende poses van de Boeddha, nou ja een aantal want er zijn er 50. De meest voorkomende zijn vrede (twee vingers in elkaar gehaakt) en met het ene hand tegen de aarde en de andere op schoot. Het betekent dat door de aarde aan te raken, hij aangeeft dat hij genoeg wijsheid en kracht heeft om op die manier de vijand op afstand te houden. De Soon U Ponya Shin Pagode, onze volgende stop, biedt een mooi uitzicht over de omgeving. Er wordt gezegd dat er een relikwie binnen in de pagode aanwezig is. Na Saigang reden we over de oude brug terug over de rivier richting Inwa. Het nu kleine dorpje is vroeger ook een koningsstad geweest. Inwa kan je enkel bereiken via de pont of via een slechte weg, het is een schiereiland, dus we werden afgezet bij de pier. Het valt ons wel op dat de pier steeds primitiever wordt, het leek hier nog het meest op een rijtje pallets. Aangezien het ongeveer lunchtijd was, aten we in restaurant met uitzicht op de rivier onder een grote boom. Birmese curry van biefstuk en vis, smullen! Na de lunch werden we opgehaald door een paard met een koets. Dat is daar het gebruikelijke transportmiddel, we hadden wel medelijden met het paardje. Een maand geleden zijn grote delen van het eiland overstroomt, omdat wegens hevige regenval de rivier buiten zijn oevers is getreden en daardoor is het her en der modderig. Het beestje moest hard werken om vooruit te komen. Het dorp leeft vooral van de opbrengsten van bananenplantages, dus bananenbomen overal waar je keek. We bezochten een aantal overblijfselen ten tijde van het koninkrijk. De Bagaya Kyaung, een houten klooster, die nu nog steeds dienst doet als een schooltje, waar zowel monniken als kinderen uit het dorp werden onderwezen. De leerlingen waren het alfabet aan het leren en je hoorde hun van een eindje afstand schreeuwen, maar ze hadden ook voldoende tijd om elkaar te pesten. Het houtsnijwerk was niet zo verfijnd als het klooster dat we gisteren bezochten. Bij Yedanasini stonden een aantal oude pagodes, net zoals in Bagan, maar meer beschadigd door de aardbeving. Er stond wel een buddha in de open lucht, het gaf een surrealistische aanblik. We maakten ook een fotostop bij de scheve wachttoren Nanmyin, de toren van Pisa is er niets tegen. Dit is het enige overblijfsel van het paleis van koning Bagyidaw. Als laatste stopten we bij Maha Aungmye Bonzan, een stenen klooster van 1822, toch weer heel anders dan de vorige kloosters die we bezochten. Daarna terug naar de pier om de boot terug te nemen richting Amarapura. 
Aangezien we nog wat vroeg waren voor de zonsondergang, reden we nog langs een dorpje waar ze klei boetseren. Meestal de potten, die je overal langs de weg ziet staan, waar water in zit voor de voorbijgangers. Op dit moment was hun “productielijn” aangepast naar kandelaars in verband met het lichtjesfestival. Toen we daar aankwamen, bleek dat ze gestopt waren met werken, want morgen hadden ze vrij. Khin legde nog wel uit hoe ze werkten en zij heeft nog een aantal schaaltjes gekocht voor thuis. Grappig dat deze mensen ons hartelijk ontvangen, maar aan de andere kant doorgaan met hun eigen werkzaamheden. Toen ik de zak met snoep en speeltjes haalde, wachten de kinderen netjes op hun beurt tot ze iets kregen. Een iets andere ervaring dan Wouter in Pakokku had waar hij belaagd werd. Khin gaf aan dat dit te maken heeft met het scholingsniveau.  De zon begon langzaam te zakken, dus reden we terug naar Amarapura, waar de grootste teakhouten brug ter wereld (1,2 kilometer) de U Bein Brug ligt. Deze brug is ruim tweehonderd jaar oud, er zijn wel al delen gerestaureerd, helaas vervangen door beton ipv teak. Het was een drukte van jewelste op de brug, niet alleen toeristen, maar ook locals gebruiken deze brug. Khin stelde voor om tot halverwege te lopen en terug te keren met de boot. Het uitzicht op het water was prachtig. Deze zonsondergang staat in onze top tien!

Ondertussen was het pikkedonker geworden, dan is het helemaal een uitdaging om te rijden. Er is geen straatverlichting, maar oogverblindende lichten komen van alle kanten. Wouter en ik zaten een beetje te suffen op de achterbank en na te genieten van een mooie dag. In Mandalay maakten we nog een stop bij een verhuurbedrijf voor fietsen. Het was ooit de stad van de fietsen, maar aangezien bromfietsen heel goedkoop zijn en sinds 6 maanden ze onbeperkt benzine kunnen kopen (voorheen was het 15 liter per auto per maand, voor bromfietsen nog minder) zie je meer bromfietsen en wordt het afgeraden om fietsen te huren. Aangezien het morgen lichtjesfestival is en we toch graag een manier van transport willen, hebben we beslist om toch maar een fietsen huren. Khin heeft geregeld dat ze bij het hotel worden afgeleverd, iets wat de receptioniste van het hotel niet mogelijk leek. Daarna hebben ze ons afgezet bij het restaurant “The greater Shan”, een all you can eat restaurant. Het zag er best primitief uit, maar het eten was heerlijk. Grappig dat Khin inmiddels weet dat we dit soort restaurants kunnen waarderen en ons niet afzet bij een chique toeristentent. Ze heeft ook nog geregeld dat ze een taxi voor ons zouden regelen naar het hotel. Afscheid genomen van Khin en haar hartelijk bedankt voor het gidsen, want niets was haar teveel. Toen we uitgegeten waren, lukte het niet om een auto te vinden. Er rijden in Mandalay nauwelijks taxi’s, omdat bijna iedereen een bromfiets heeft. Een riksja (trishaw) behoorde wel tot de mogelijkheden. Wouter had al een paar keer gezegd dat hij daar niet inpaste, dus nu zou de proef op de som worden genomen. Dat paste precies, Wouter keek naar voren en ik kon mooi het achterop komend verkeer in de gaten houden. De man had het wel zwaar met trappen, dus met wat fooi konden we ons schuldgevoel afkopen. Onderweg zag je al verschillende huizen versierd met kandelaars en er werd vuurwerk afgestoken, dat zal morgen wat worden. We hebben nog een verfrissende duik genomen in het met kandelaars versierde zwembad. We waren zo afgepeigerd dan we snel in slaap zijn gevallen.